vrijdag 8 juni 2012

Geen weerstand meer, wel geinspireerd!


Persoonlijke reflectie op de cursus Mediawijsheid in een veranderend samenleven (2012)
Een aantal maanden geleden ben ik gestart met de cursus Mediawijsheid in een veranderend samenleven. Ik had op dat moment geen verstand van Dropbox, Twitter, Evernote en andere digitale applicaties. Nu weet ik wat het nut van de applicaties is en kan ik mij absoluut geen studie meer zonder Dropbox voorstellen!
            Naast het leren hanteren van de applicaties heb ik ook veel geleerd over de theorieën en thema’s die tijdens de cursus besproken zijn. Door de stof in mijn blogs te verwerken is de stof goed bij mij blijven hangen. Het heeft ervoor gezorgd dat ik meer over de toekomst nadenk: Hoe zit het onderwijs er later uit? Hoe ziet het bedrijfsleven er straks uit? Nog interessanter: hoe gaat de maatschappij er uitzien?
                 Zoals ik hierboven beschrijf heeft de cursus mij op verschillende manieren geïnspireerd. In blogvorm werken vond ik erg leuk. Verder vond ik de gastcolleges interessant. Ook het evalueren van project Biebsearch vond ik interessant en leerzaam. Hierbij was het boeiend om samen met mijn studiegenoot Valerie een eigen invulling aan de opdracht te mogen geven.
            Het was erg wennen aan de  manier waarop de cursus werd aangeboden, maar uiteindelijk ben ik tevreden met de opstelling. Ik heb geleerd om meer op mijn eigen kunnen te vertrouwen. Daarnaast durf ik steeds meer mijn eigen weg in te slaan. Een waardevol leerproces!

Tips voor een volgende versie van de cursus
Tip 1: voor veel studiegenoten was het in het begin erg wennen. Hoe meld ik me aan voor de applicaties? Wat is het nut van de applicaties? Mijn tip is om tijdens het eerste college informatie over de applicaties te geven zodat leerlingen aan de applicaties kunnen wennen. Vervolgens kunnen zij zich voor de applicaties aanmelden.
Tip 2: veel studiegenoten hadden nog nooit geblogd. Het was waarschijnlijk prettig geweest om het even over het bloggen te hebben. Wat is het? En waar kun je tips over het bloggen vinden?
Tip 3: meerdere platformen werden gebruikt om met elkaar te communiceren. Dat werkte best verwarrend. Het zou beter zijn om alle informatie op 1 of 2 plekken te verzamelen en daar duidelijke afspraken over te maken.
Tip 4: ga verder op dezelfde manier door. Het is even wennen voor de meesten, maar uiteindelijk vind ik dat de cursus op deze manier erg waardevol is!

Bedankt voor het lezen van mijn blogs!

Groetjes,

Carmen

dinsdag 22 mei 2012

Duo blog Biebsearch; afsluiting

Gisteren hebben we dan na een aantal weken er mee bezig te zijn geweest, ons definitieve rapport ingeleverd. De feedback die we na aanleiding van onze presentatie bij Bibliotheek Nijmegen hadden gekregen, is verwerkt en het interactieve platform heeft meer vorm gekregen. We zijn tevreden met het resultaat en benieuwd naar de beoordeling.

Toen we begonnen aan de opdracht was het voor ons nog alles behalve concreet, maar naar mate we verder in het proces raakte, kreeg het meer vorm. Achteraf was het prettiger geweest als er iets meer duidelijkheid was over de opdracht zodat we er direct mee aan de slag konden gaan, in plaats van veel tijd besteden aan het uitzoeken van wat we moesten doen. Ondanks dat, hebben we toch een goede blik kunnen werpen op een praktijkvoorbeeld waarbij mediawijsheid erg actueel is. De evaluatie van Project Biebsearch in Nijmegen was boeiend en heeft ons op meerdere vlakken inzicht gegeven.

Nu aan de slag met de tentamens en daarna genieten van een lange vakantie.


Groetjes,

Carmen en Valerie

donderdag 10 mei 2012

Duo blog Biebsearch; eindfase

Voortgang projectevaluatie Biebsearch
Vanochtend zijn wij naar Nijmegen gereisd om onze ideeën voor Biebsearch te presenteren. Aan de hand van onze Prezi hebben wij alle onderdelen met Josine en haar collega besproken. De aanbevelingen stonden in de presentatie centraal. De onderwerpen interactie en ontvangst waren de belangrijkste aanbevelingen en het onderwerp van het eindgesprek. Een interactief platform ontwikkelen is een onderdeel dat aan Biebsearch kan worden toegevoegd. Door het inzetten van social media kan interactie tussen docenten, leerlingen en de bibliotheek gestimuleerd worden. Voor de uitvoering hiervan stuit je wel op een aantal praktische problemen. Hierbij doelen wij op de technische mogelijkheden binnen de elektronische leeromgeving. Biebsearch zal gebruiksvriendelijker moeten worden om zodoende aantrekkelijker te worden voor de gebruikers. Daarnaast moeten de scholen bereid zijn om Biebsearch op te nemen in hun schoolprogramma en zullen zij technische zaken moeten ondersteunen. Om de beperkingen m.b.t. elo te vermijden hadden wij als aanbeveling om Biebsearch buiten de elektronische leeromgeving te plaatsen zodat het een eigen website wordt. Een andere aanbeveling waarover wij hebben gesproken, gaat over de weerstand van docenten. Dit probleem is lastig op te lossen omdat je te maken hebt met de motivatie van de school en docenten. Het is van belang om een manier te vinden om de waarde van het project beter over te brengen. Dit kan volgens ons aan de hand van praktische opdrachten en duidelijke instructies waardoor de docenten het gebruik ervan daadwerkelijk ondergaan.
                De presentatie is naar ons idee goed verlopen, ook Josine en haar college waren enthousiast. Het heeft hen geïnspireerd en geholpen bij hun gedachtegang over de toekomst m.b.t. Biebsearch. Zij hebben voorgesteld om ons rapport, zodra deze af is, door te sturen naar de landelijke organisatie van Biebsearch. Komende maandag wordt het rapport aangevuld en zullen we een afsluitende blog posten.

Websites:
Je kunt op de dikgedrukte woorden klikken. Je krijgt vervolgens op een site extra informatie over het onderwerp te zien.


maandag 23 april 2012

Duo blog Biebsearch; startfase

Inleiding
Afgelopen weken heb ik, na aanleiding van een aantal colleges, verschillende blogs geschreven. Vanaf nu heb ik geen college voor het vak Mediawijsheid. Het is nu de bedoeling dat ik in het kader van Mediawijsheid aan de slag ga met project Biebsearch. Samen met mijn studiegenoot Valerie moet ik het project, aan de hand van de concepten die tijdens de colleges besproken zijn, evalueren: 1.0 en 3.0, kennis delen, differentiëren, informeel leren, privacy, netwerken, leerstijlen, gamification en social media. Hieronder zal ik samen met Valerie project Biebsearch beschrijven. Verder noteren wij de stand van zaken rondom onze opdracht.

Project Biebsearch
Het project dat wij willen evalueren heet Biebsearch. Het is een grootschalig samenwerkingsproject tussen het voortgezet onderwijs, ROC’s en de bibliotheek. Deze samenwerking zorgt ervoor dat leerlingen en medewerkers in één omgeving alle bronnen van school en de bibliotheek tot hun beschikking hebben. De bibliotheek brengt haar digitale diensten onder in de digitale omgeving van de leerlingen: de elektronische leeromgeving (elo). Dit zorgt ervoor dat het zoeken naar informatie makkelijker wordt en bovendien worden de leerlingen gestimuleerd om betrouwbare bronnen te gebruiken. Daarnaast kunnen leerlingen ook fysieke boeken online reserveren en vervolgens op school ophalen. Deze samenwerking betekent voor de bibliotheek dat er opeens duizenden scholieren gebruik maken van hun collectie en expertise. Naast het samenvoegen van digitaal lesmateriaal en het digitaal aanbod van de bibliotheek, biedt Biebsearch ook mogelijkheden om samen te werken op het gebied van mediawijsheid en mediavaardigheden. Dit doen zij door bij te dragen aan instructies en kennisdeling voor docenten en leerlingen.
De visie van Biebsearch is dat het onderwijs en de bibliotheek samen naar mogelijkheden zoeken om leerlingen te ondersteunen en te begeleiden. Uitgangspunt hierbij zijn de wensen en behoeften van het onderwijs. Door de krachten te bundelen en uit te gaan van elkaars sterke punten, ontstaat er een dynamische wereld waar school, bibliotheek en de leerlingen profijt van hebben

Proces
Het project zijn wij gestart door meteen met de deur in huis te vallen. Op een zonnige woensdagmiddag hebben wij in de Bibliotheek in Nijmegen een gesprek gevoerd met Drs. Josine Schuilenburg (specialist educatie jongeren). Zij houdt zich onder andere bezig met project Biebsearch in Nijmegen waar het op de helft van de tweejarige testfase zit. Tijdens het gesprek hebben wij meer inzicht gekregen in het ontstaan en de ontwikkelingen van Biebsearch. Vervolgens zijn we met een frisse blik en een aantal folder en flyers van het project terug gekeerd naar het zuiden van het land.
            Een aantal dage later zijn wij samen op de Universiteit van Tilburg aan de slag gegaan met de evaluatie van het project. Wij hebben een vijftal theorieën uit de cursus Mediawijsheid toegepast op Biebsearch. De resultaten hebben wij gepresenteerd in een Durf te vragen (DTV) sessie tijdens ons laatste college Mediawijsheid. Josine had tijdens het gesprek aangeven, dat zij de voorkeur heeft voor een Prezi bij het eindgesprek. Om die reden hadden wij besloten om ook bij de DTV Prezi te gebruiken. Bij de DTV bijeenkomst hebben wij van onze studiegenoten feedback gehad. De toepassing van de literatuur was goed toegepast. Verder geven zij aan dat we ons plan van aanpak meer vorm moeten geven zodat de aanbevelingen concreter kunnen worden geformuleerd.
            Wij hebben na aanleiding van onze evaluatie en feedback besloten om ons meer te gaan richten op het element interactie tussen de verschillende partijen die van Biebsearch gebruik maken. Maar voor we hiermee aan de slag gaan, zullen we eerst ons plan van aanpak concretiseren.
           
Volgende week zullen we onze voortgang op de volgende blog presenteren.

Websites:
Je kunt op de dikgedrukte woorden klikken. Je krijgt vervolgens op een site extra informatie over het onderwerp te zien.

dinsdag 10 april 2012

Interactie bepaalt succes!

Succesfactor
Op de middelbare school werd je populariteit versterkt door je mega grote vriendenlijst op Hyves. Veel klasgenootjes uit die tijd accepteerde allerlei vriendschapsverzoeken om hun volgersgroep te kunnen vergroten. Het was echt niet cool om maar twintig vrienden op Hyves te hebben, toch?! Nu blijkt dat een grote groep volgers niet altijd gelijk staat aan succes. Gastspreker Rudy van Belkom geeft in college 9 aan dat de mate van interactie bepaalt hoe succesvol social media is. Voor bedrijven is het van belang dat het raakvlak tussen hun merk en hun doelgroep groot is. Om dat te kunnen realiseren is het nodig om te onderzoeken waar de doelgroep behoefte aan heeft. Uiteraard is het daarbij in eerste instantie van belang om in kaart te brengen welke doelgroep je het best met social media kunt bereiken. Rudy sprak over vier verschillende doelgroepen. Cheerleaders zijn mensen social media fanatiek gebruiken. Loyalisten zijn moeilijker te bereiken, maar zijn nog steeds vrij actief in het gebruik van social media. Outsiders gebruiken geen social media en opportunisten tonen weinig betrokkenheid via social media. Hieronder een schema van de vier doelgroepen:


Bron: schema doelgroepen. Prezi van Rudy Belkom (april, 2012)
Volgens Rudy is het belangrijk dat bedrijven regelmatig informatie verspreiden en dat zij voor voldoende afwisseling zorgen. Dit zou de interactie tussen hen en de doelgroep verhogen. Verder moeten bedrijven zorgen dat ze de juiste middelen inzetten, de juiste mensen in hun team hebben en dat ze tijdig op comments reageren. Bedrijven zullen tijd en geld kwijt zijn door social media in te zetten, maar het is het allemaal waard! Rudy geeft aan dat het niet verstandig is om niet in social media te investeren. ''De kosten die gepaard gaan met het negeren van social media zijn hoger dan de gemiddelde opbrengsten van een social media beleid'' aldus Rudy Belkom (2012). Het is duidelijk geworden dat het inzetten van social media erg waardevol is. Niet alleen voor bedrijven, maar ook voor de gewone mens. Hieronder zal ik ingaan op een voorbeeld dat mij laatst erg aansprak.

Social media + interactie = het kunnen redden van levens
Onlangs las ik het artikel 'Vechten voor Gerzon' (Dinjens, 2012, p. 4) in de Metro. Volgens het artikel staan in de wereldwijde stamcelbank nauwelijks niet-westerse mannen en vrouwen geregistreerd. Een groot probleem voor Gerzon die van oorsprong Moluks is en acute leukemie heeft. Helaas vormen zijn broer en zus geen match als stamceldonor. Zijn vrouw Sarah besluit het daar echter niet bij te laten zitten. Met behulp van Facebook, Twitter, mail en andere social media is ze een actie gestart om stamceldonoren te werven. Inmiddels hebben 600 nieuwe donoren zich aangemeld. De Facebooksite heeft al meer dan 15.000 actieve volgers. Ik heb na aanleiding van het artikel naar de facebooksite gekeken. Er bestaat erg veel interactie tussen Sarah en haar volgers. Ik vind het mooi om te zien hoe social media op zo'n waardevolle manier kan worden ingezet! Zo bestaan er nog veel meer inspirerende voorbeelden van mensen die social media inzetten om belangrijke doelen na te streven.

Sarah en Gerzon. Bron: foto door Femmy Weijs.
Hoe interactief ben ik?
Het is duidelijk geworden dat interactie het succes van social media bepaalt. Ik vraag me af in hoeverre ik interactief ben en wat dat zegt over het succes van mijn social media gebruik. Onlangs moest ik voor de cursus Mediawijsheid via Evernote drie dagen bijhouden hoe vaak ik digitale media gebruik. Binnen drie dagen bleek ik 17 uur besteed te  hebben aan computergebruik en telefoongebruik. Ik denk dat ik ongeveer 7 uur besteed heb aan social media. Volgens Rudy Belkom zit ik boven het gemiddelde van social media gebruik in Nederland. Binnen die 7 uur ben ik vooral te vinden op Facebook, hotmail, Twitter en Skype. Uiteraard blog ik ook. Deze social media zet ik vooral in om in contact te blijven met mijn familie, vrienden, studiegenoten en kennissen. Opvallend is dat ik weinig interactie ervaar als het gaat om mijn Tweets en mijn blogs. Ik vraag me dan ook af hoe succesvol en nuttig het is om te Twitteren? Ik weet dat mensen mijn blogs lezen, maar in hoeverre zijn deze succesvol als er weinig reacties zijn? Misschien moet ik de inhoud van mijn blogs en Tweets meer op de behoefte van mijn doelgroep afstemmen? Daarvoor moet ik eerst bekijken wie mijn blogs en tweets voorbij zien komen. Via Facebook, Hotmail en Skype bestaat er meer interactie tussen mij en anderen. Ik ben ook het meest actief via deze kanalen waardoor mensen eerder reageren op mijn berichten. Ik realiseer mij nu dat ik in het kader van personal branding succesvoller kan zijn door mijn tweets interessanter te maken voor mijn doelgroep. Het is namelijk bij personal branding van belang om niet alleen gezien te worden, maar ook om actief met anderen in gesprek te raken.

Afronding van de colleges en het thema personal branding
Vanaf volgende week heb ik geen colleges meer voor het vak Mediawijsheid. Ik zal gaan schrijven over de vorderingen rondom project Biebsearch.  In de volgende blogs zal ik informatie geven over mijn onderzoek. Hoe succesvol zet Biebsearch social media in? Deze vraag zal binnenkort door mij en Valerie beantwoord worden.
      Aangezien ik mij op het project zal richten, laat ik het thema personal branding even los. Aan het eind van het vak Mediawijsheid zal ik in mijn laatste blog reflecteren op al mijn blogs, leermomenten en het thema personal branding.
Vol


Websites:
Je kunt op de dikgedrukte woorden klikken. Je krijgt vervolgens op een site extra informatie over het onderwerp te zien.


maandag 2 april 2012

Ervaring is de beste leermeester!

Ervaring
Meestal leer je het meest van wat je zelf hebt meegemaakt; ervaring. Het leukst is om op eigen initiatief iets te leren waarbij het leerproces van te voren niet gepland was. Je kunt hierbij spreken van informeel leren. In het artikel (In)formeel leren op en rond festivals (Keurntjes, 2008, p.1) beschrijft Sierens (2007, p. 25) informeel leren op de volgende wijze:
Jay Cross. Bron: www.jaycross.com
''Elke activiteit die begrip, kennis of vaardigheid nastreeft die plaatsvindt in afwezigheid van extern opgelegde curriculummaatstaven zoals leerdoelen, leerinhouden en leeruitkomsten''. Binnen informeel leren neemt ervaring een centrale plaats in. Hieronder geef ik een persoonlijk voorbeeld.


The Millennium Dome
Wanneer ik aan informeel leren denk, dan denk ik aan mijn belevenissen bij de Millennium Dome in Engeland. Het uitje is mij bijgebleven omdat het erg leuk en interessant was! Wat veel indruk op mij heeft gemaakt is een groot nagebootst lichaam. Via een roltrap en allerlei gangen maakte je fysiek een reis door het lichaam van de mens. Je begon in de mond en met een roltrap reisde je door naar de keel..and so on. Ik leerde, buiten een schoolse context, op een informele manier hoe het lichaam er van binnen uitziet. Via een voice-over en filmpjes kreeg ik informatie te horen en te zien over de functies van bloedcellen, botten, organen etc. Aangezien ik volgens de leerstijlentest van David Kolb een bezinner ben, sloot deze attractie goed bij mij aan. Ik kreeg eerst informatie te horen en te zien. Vervolgens leerde ik het lichaam van binnen stap voor stap in chronologische volgorde kennen. Je kon op de meeste plekken in eigen tempo door het lichaam heenlopen. Kortom, als bezinner vond ik het fijn om eerst op een concrete manier kennis te vergaren. Vervolgens kreeg ik de kans om er rustig over na te denken. Een hele overzichtelijke attractie. 
Millennium Dome at dusk - QA Photos/NMEC
Millennium Dome. Bron: wwp.millennium-dome.com
Aan de hand van de theorie van Rippen en Bos (2008) dat in het artikel van Suzanne Keurntjes (2008) beschreven wordt, is het mij duidelijk geworden hoe mijn belevenis bij de Millennium Dome tot een concrete ervaring is geworden. Om een ervaring te produceren zijn volgens Rippen en Bos vier activiteiten en inspanningen vereist:
1: Selecteren: ik werd verleid om het menselijk lichaam te verkennen.
2: Ontvangen van prikkels door de zintuigen: ik kreeg dingen te horen, te zien en ik kon op bepaalde plekken nagebootst menselijk weefsel aanraken.
3: Verwerken: prikkels leiden onbewust tot gewaarwordingen. Dit wordt gevolgd door toekenning van betekenis. Ik kreeg in de gaten hoe het menselijk lichaam van binnen functioneert.
4: Herinneren: het mag duideijk zijn dat mijn belevenis mij goed is bijgebleven.
  
Ervaringskennis
Ik was bij de Millennium Dome een ervaring rijker, maar daar bleef het niet bij. Ik heb van die ervaring bewust het een en ander geleerd over het menselijk lichaam. In het artikel van Suzanne Keurntjes (2011) geeft Vincent de Waal (2004) de volgende definitie van leren: 'Het omzetten van ervaringen in (nieuwe) kennis, vaardigheden en verhoudingen, die in nieuw gedrag uitgedrukt kunnen worden.' Ik deed bewust iets met mijn ervaring waardoor er sprake was van een leerervaring. 'Iets met ervaring doen' wordt gedaan in de vorm van leeractiviteiten. Na mijn bezoek aan de Millennium Dome heb ik in mijn dagboek op mijn leerervaring gereflecteerd. Ik wilde mijn ervaringskennis vastleggen. Mijn de interesse die door mijn ervaring werd opgewekt, zorgde er ook voor dat ik een cd-rom van mijn vader kreeg. Op de cd-rom kon ik het menselijk lichaam in 3d bekijken. Dit zorgde opnieuw voor nieuwsgierigheid. Zoals Jay Cross (www.jaycross.com) zegt: informal learning never stops!

Leeractiviteiten (Simons 1999)
Slotwoord
Je kunt uit het bovenstaande wel raden waar mijn laatste college over ging. Sommigen zullen het bovenstaande buiten een schoolse context hebben gelezen. Zij lezen uit nieuwsgierigheid. Waarover zou Carmen nu weer geblogd hebben? Ik hoop, in het kader van deze blog, dat er voor deze lezers een informele leerervaring heeft plaatsgevonden.
De komende weken is het mijn taak om het concept van informeel leren toe te passen op mijn opdracht. Samen met Valerie Heil (studiegenoot) zal ik het project Biebsearch evalueren. Ik zal jullie daar regelmatig van op de hoogte houden. 



Bronnen:
- Keurntjes. S. (2008). (In)formeel leren op en rond festivals
- Cross, J. Informal Learning. Ontleend aan: http://www.jaycross.com/wp/?portfolio=informal-learning op 02-04-2012.



vrijdag 23 maart 2012

Veranderende samenlevingen

Terugblik college 7. De drie golven
Ooit gehoord van Alvin Toffler? Volgens Wikipedia is Alvin Toffler (1928) een Amerikaanse publicist en futuroloog. Hij staat bekend als trendwatcher in technologische en sociale ontwikkelingen. In zijn boek De Derde golf (1980) spreekt hij over drie bewegingen: de agrarische revolutie, de industriële revolutie en de informaticarevolutie. Hieronder zal ik kort de kenmerken van de agrarische, industriële en informatiesamenleving beschrijven. Informatie over de samenlevingen heb ik op 19 maart 2012 tijdens het college van Mediawijsheid verkregen van mijn docent Hans van Driel.  

1. De agrarische samenleving:
De mens is gericht op de natuur en gericht op het overleven. Kenmerkend voor de agrarische samenleving is de orale cultuur. Spreken en luisteren staat centraal. Het trainen van je lange langetermijngeheugen was toen ook erg belangrijk.

2. De industriële samenleving (eind 18e eeuw, begin 19e eeuw):
De kracht van het menselijk lichaam wordt vergroot. Er ontstaat een schriftcultuur. Het trainen van het lange langetermijngeheugen wordt minder belangrijk. Kenmerkend voor de industriële samenleving is het mechanistisch denken; actie --> reactie. Logica en ordening zijn ook kenmerkende begrippen.

3. De informatiesamenleving (vanaf jaren 90):
Het netwerkdenken is in opkomst. Het denken wordt vergroot. De nadruk komt steeds meer te liggen op het zelfstandig (leren) selecteren en verwerken van relevante kennis uit het groeiende en snel wisselende informatieaanbod.

Netwerksamenleving
Manuel Castells is een socioloog. Hij gaat verder op de ontwikkelingen van de 
informatiesamenleving in en spreekt over de opkomst van de netwerksamenleving. Om meer te weten te komen over Castells ideeen, kun je via de volgende link een interview met Manuel Castells bekijken:

De tekst die wij voor het college moesten bestuderen vond ik erg interessant. Castells spreekt over de netwerksamenleving. Ontwikkelingen worden door hem in drie belangrijke trends samengevat: digitalisering, globalisering en nieuwe economie. Sommige voorspellingen van Castells overvielen mij. Hij heeft het bijvoorbeeld over de ontkenning van de dood:


Manuel Castells. Bron:www.communitelligence.com
Castells stelt vast dat de dood nooit ontkend werd. Dit is precies de grondtrek van de nieuwe cultuur: Met grote hardnekkigheid wordt de dood uit het leven gesloten. De dood wordt naar de coulissen van het leven en van het samen-leven verdrongen. Tot op het allerlaatste ogenblik wordt de dood ontkend. Ook voor rouwen is er voortaan geen plaats meer. Ondanks het nut en het belang dat antropologen en psychoanalisten hierin zien. Afstand van het rouwen is de prijs die we betalen om aan ons leven een beeld van eeuwigheid te geven door de dood te ontkennen. (Debroux, 1999)

Ik kan mij niet voorstellen dat men de dood in de netwerksamenleving zo lang blijft ontkennen en dat er geen plaats zou zijn voor het rouwproces. De dood is overal te zien. Op het nieuws, in de kranten, in films etc. Mensen en dieren sterven in je omgeving. Je kunt er niet omheen. #durftevragen: ik vraag mij af hoe jullie over de ontkenning van de dood denken?
    Verder heeft Castells het over 'zwarte gaten'. Niet iedereen zou goed in de netwerksamenleving mee kunnen gaan en dat zou voor veel problemen zorgen. Ik vind de 'zwarte gaten' een beetje onwerkelijk klinken. Mensen vinden altijd een manier om tot een bepaalde hoogte niet uitgesloten te worden. In het college Mediawijsheid kwam ik erachter dat Castells op de 'zwarte gaten' terug is gekomen. Er zijn ondertussen bewegingen ontstaan die tegen de globalisering ingaan. Zodoende gaan ze ook ontsluiting tegen. Het zijn mensen die bijvoorbeeld hun eigen groepen op Facebook hebben. Men ontwerpt zijn eigen community. Je kunt hier spreken over het begrip glokalisering.


De identiteit als bron van betekenis en van ervaring
Wat mij verder in het werk van Castells opvalt is zijn visie op identiteit:
Tegenover een ongrijpbare wereld van netwerken affirmeert zich steeds weer het zelf. In een wereld waarin rijkdom, macht en beelden wereldwijd stromen, wordt het zoeken naar identiteit, collectief of individueel, de eerste bron van sociale zingeving. De mens bouwt de zin van zijn bestaan niet langer op rond wat hij doet, maar rond wat hij is of meent te zijn. (Debroux, 1999)

De mens bouwt de zin van zijn bestaan op wat hij is of meent te zijn. Uiteraard moest ik bij zijn uitspraak meteen aan personal branding denken. Je laat zien wie je bent of meent te zijn. Ik zal nu verder ingaan op mijn nieuwste bevindingen rondom personal branding. Ik las onlangs in het tijdschrift Nobiles (2011) dat het, naast het invullen van wat je bent, belangrijk is om na te denken over wie je bent en wat je passies en drijfveren zijn.  Daarnaast moet je in het kader van personal branding niet alleen bezig zijn met je profilering online, maar moet je ook aandacht besteden aan je profilering offline:

Je kunt je zo goed 'branden' als je wilt, zo lang je maar niet de offline werkelijkheid uit het oog verliest of te wanhopig jezelf als merk probeert neer te zetten. Blijf jezelf en maak je online persoonlijkheid niet groter dan je offline waar kunt maken. Overwin je angst om je in discussies te mengen en je passies, drijfveren en wensen naar buiten te brengen. (Pas, 2011, p. 19)

Goed, ik ben tot nu toe tevreden over hetgeen dat op mijn profielen zichtbaar is (foto's etc.). Volgens Hilde van der Pas (2011) is het ook van belang om je netwerk te vergroten. Daarnaast is het van belang om je actief in discussies te mengen. Ik zou persoonlijk liever kleiner willen beginnen door regelmatig informatie te geven die interessant is voor mijn netwerk. Komende week zal ik proberen om bijvoorbeeld op twitter iets interessants te twitteren. Ik ben benieuwd of er mensen uit mijn netwerk op mijn tweet zullen reageren!

Twitter Slim
Bron: www.socialsjors.nl

Bronnen:
- H. van der Pas. (2011). Online Personal Branding als carrièremove. Hoe zorg je ervoor dat je online  zo belangrijk bent dat je gezien wordt als een merk? Uit Nobiles magazine jaargang 20, nr. 1, 2011. P. 15 - 19.
- J. Debroux. Het globaal casino. De netwerksamenleving van Manuel Castells, verschenen in TGL 56 (2000) 1, p. 9-22. Themanummer: Wacht eens even. Tijd vraagt tijd.

Websites:
Je kunt op de dikgedrukte woorden klikken. Je krijgt vervolgens op een site extra informatie over het onderwerp te zien. Ook kun je op de linkjes in de tekst klikken.
                                                                                                                                                                                                                                                             

zaterdag 10 maart 2012

Wees niet bang voor het delen van persoonlijke gegevens, wees bewust!

Terugblik college 6. Privacy
Wat deel je en wat deel je niet? Afgelopen maandag kwam de gastspreker Karlijn Muller ons het een en ander over het onderwerp privacy vertellen. Overal op het internet laat je informatie achter en het is van belang dat jij je daar bewust van bent!
     Wat mij vooral is bijgebleven zijn de kunstwerken die gaan over privacy. Klik op de volgende link als je daar meer over wilt weten: http://www.delicious.com/KarlijnMuller/uvt_privacy.
In het filmpje hieronder zie je één van de kunstwerken die Karlijn in het college liet zien:


Wat mij ook van het college is bijgebleven is het werkwoord scraping. Denk hierbij aan het verzamelen van andermans gegevens. Ik moest meteen denken aan een situatie die ik laatst op mijn Facebook voorbij zag komen: Daan, een bekende van mij, was naar de Belcompany geweest en had met een I-pad een foto van zichzelf gemaakt. Deze foto kwam Ken, ook een bekende van mij en Daan, in de winkel tegen. Ken heeft vervolgens weer een foto gemaakt van Daan's foto en deze op zijn Facebook geplaatst! Nu ga ik de twee foto's gebruiken voor deze blog. Een typisch geval van scraping!
Hieronder zie je zijn foto.

Foto van Daan gemaakt door Ken op 13-02-2012
Het is overduidelijk: let op met de gegevens die je online plaatst! In het kader van 'personal branding' gaf ik in mijn vorige blogs aan dat steeds meer mensen social media gebruiken. Via je applicaties laat je informatie achter. Hier een filmpje om aan te tonen hoe groots de ontwikkelingen op het gebied van social media zijn. Probeer je voor te stellen hoeveel persoonlijke gegevens internetgebruikers op het web achterlaten:

                                   Bron: http://www.youtube.com/watch?v=3SuNx0UrnEo




                            

Denk je dat alleen je vrienden je persoonlijke gegevens zien omdat je netjes je privacyinstellingen hebt aangepast... Think again! Google, Facebook en andere platforms volgen wat je doet door je gegevens te scannen. Vervolgens tonen zij bijvoorbeeld advertenties die jou waarschijnlijk aan zullen spreken. Ik gaf in blog 4 aan dat mijn Facebook voor privégebruik bedoelt is. Nu ben ik mij bewust dat het eigenlijk een openbare ruimte is omdat het gescand kan worden voor commerciële doeleinden. Gelukkig ben ik door het thema 'personal branding' bezig met het opschonen van mijn profielen. Zodoende ga ik meer bewust om met privacygevoelige zaken. Onlangs heb ik bijvoorbeeld verschillende foto's verwijderd omdat ik deze niet met iedereen wil delen. Mirte (studiegenoot) heeft mij op het internet opgezocht. Via haar weet ik nu welke informatie over mij op het web te vinden is. Vooral via Yammer weet ze het een en ander over mij. Verder heeft ze geen sappige dingen gevonden. Voor zover ik weet, deel ik nu alleen gegevens die ik met anderen wil delen. Ik ben gerust op hetgeen wat ik online plaats.

Even een tip voor de studenten, die aan de Universiteit van Tilburg studeren, die het thema 'personal branding' interessant vinden: op woensdag 28 maart kun je deelnemen aan de workshop personal branding. Voor meer informatie kun je op de onderstaande link klikken:



dinsdag 28 februari 2012

Leerstijlen & vervolg 'personal branding'

Terugblik college 5. Leerstijlen
Voordat ik over de leerstijlen van David Kolb schrijf, zal ik wat informatie geven over de theorie van Howard Gardner (1943). Howard Gardner is een beroemde psycholoog van Harvard Universiteit en publiceerde in 1983 de theorie meervoudige intelligentie (MI). Klik op MI voor meer informatie en bekijk blz. 23 t/m 28. Gardner benoemt acht intelligenties: de verbale, de logische, de ruimtelijke, de muzische, de fysieke, de natuurgebonden, de persoonlijke en sociale intelligentie. Ieder mens is uniek en heeft zijn eigen profiel van onderling op elkaar inwerkende intelligenties. Het model van de MI maakt het mogelijk om met die verschillen om te gaan. Tegenwoordig wordt het model ook in het onderwijs toegepast. Nieuwsgierig? Op de volgende website (Quest) kun je een test doen dat gebaseerd is op de theorie van Gardner: http://www.quest.nl/braintainment/home/braintainment/doe-de-qq-test. Via de test kun je zien hoe je op de verschillende intelligenties scoort. Naast de theorie van Gardner bestaan er meerdere theorieën over leerstijlen. Gisteren hebben we het in het college over de vier leerstijlen van David Kolb gehad (www.thesis.nl): doener, bezinner, denker en beslisser. Volgens de leerstijlentest, die ik vorige week donderdag op de site van thesis heb gemaakt, pas ik binnen de leerstijl van de bezinner. Een bezinner bezit volgens de omschrijving van Kolb een groot voorstellingsvermogen en is vooral bezig met concrete ervaringen. Volgens de site van carrièretijger (www.carrieretijger.nl) kijkt de bezinner hoe anderen een probleem aanpakken en denkt eerst na voordat hij iets doet. Hij bekijkt een probleem vanuit verschillende standpunten en ziet allerlei oplossingen. Ik herken me in de voorgaande beschrijvingen. Met deze informatie kon ik tijdens het college aan de slag met een brainstormsessie.
In een groepje hebben we gebrainstormd over een beter ontwerp voor het eerste college van de cursus Mediawijsheid. Op welke manier moet het college ingedeeld worden? Hadden we op een andere manier met nieuwe media kennis moeten maken? Enzovoorts. Opvallend waren de verschillende voorkeuren tussen de doeners, bezinners, denkers en de beslissers. De doener wilde bijvoorbeeld meteen met een buddy aan de slag, terwijl de bezinners eerst informatie wilden hebben om over na te kunnen denken. Hoe dan ook viel het mij op dat de meeste studiegenoten meer behoefte hadden aan duidelijkheid. Het was ons tijdens het eerste college niet helemaal duidelijk hoe alle nieuwe applicaties werken en wat precies de meerwaarde van de applicaties zijn. Ik denk dat het gebrek aan kennis en overtuiging voor veel weerstand heeft gezorgd. Het is naar mijn idee van belang om het eerste college voor Mediawijsheid voor volgend jaar te verbeteren zodat de adoptiesnelheid en acceptatieproces soepeler kan verlopen. Met de termen adoptiesnelheid en acceptatieproces doel ik op de theorie van Everett Rogers (1962) dat te vinden is in het werk van Hans van Driel Een veranderend medialandschap (Driel, 2005). Ik zal hieronder verder op de termen ingaan en deze verbinden met mijn bevindingen: ''De adoptiesnelheid heeft te maken met de snelheid waarmee een innovatie binnen een sociaal systeem verspreid raakt. Deze adoptiesnelheid heeft natuurlijk invloed op de uiteindelijke acceptatie van de innovatie'' (Driel, 2005, p.p. 38 - 40). Rogers geeft in zijn theorie aan dat het acceptatieproces volgens vijf fasen verloopt:

1. Knowledge. Je moet eerst kennis hebben over het nieuwe medium.
2. Persuasion. Overtuiging van nut, het formeren van een positieve of negatieve attitude.
3. Decision. Het besluit het nieuwe medium wel of niet te adopteren.
4. Implementation. Het daadwerkelijk introduceren van het product of dienst.
5. Confirmation. Herziening of bevestiging van de eerder genomen beslissing.

De fase van 'Persuasion' is volgens Rogers het meest cruciaal. Bij het bestuderen van deze theorie is het voor mij duidelijk geworden dat de meeste studiegenoten tijdens college 1 te weinig kennis hadden van nieuwe media. Daarnaast waren de meesten niet overtuigd van de nieuwe media. Er ontstond een negatieve attitude waardoor het acceptatieproces in de groep traag is verlopen. Volgend jaar zou er bijvoorbeeld een brainstormsessie over nieuwe media kunnen worden gehouden om het acceptatieproces uiteindelijk te kunnen versnellen. Studenten kunnen via een dergelijke brainstormsessie kennis over de media vergaren. Daarnaast zullen zij meer inzicht krijgen in de bruikbaarheid van bijvoorbeeld Twitter, Skype etc.

Vervolg 'personal branding'
Het Sociaal en Cultureel Planbureau (Huysmans e.a., 2004) heeft een overzicht gepubliceerd van een kwart eeuw lezen, luisteren, kijken en internetten. Deze informatie is te vinden in Een veranderend medialandschap (Driel, 2005). De tijd die Nederlanders besteden aan verschillende media is sinds 1975 amper gewijzigd. Opvallend is dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden naar de digitale media. Er is meer aandacht voor internet. Je kunt je voorstellen dat de aandacht voor internet in de toekomst blijft groeien. Deze ontwikkeling geeft in mijn ogen aan dat 'personal branding' via het internet steeds belangrijker aan het worden is! Je wilt immers zichtbaar blijven!

Bezit van digitale media. Bron: SCP, 2004.





  



Het is bij 'personal branding' via social media van belang om de regie in eigen handen te houden en om een actieve houding aan te nemen. Voor degene die extra informatie willen heb ik hier twee sites die gaan over social media en profilering: www.ikgastarten.nl en www.go2socialmedia.nl. Deze sites leggen een link tussen de profilering van organisaties en social media.
     Aangezien ik voor mijzelf bezig ben met 'personal branding' zal ik nu verder gaan met mijn persoonlijke stappen. Vorige keer heb ik drie vragen beantwoord die gaan over mijn social media gebruik. Hieronder beantwoord ik nieuwe vragen die in het boek van @DeStudentcoach (Erkel & Levie, 2012) geformuleerd staan:

- Waar wil je gezien worden?
Ik wil op mijn blog, Facebook, LinkedIn, Yammer en Twitter gezien worden. Ook wil ik via mijn netwerk getoond worden. Uiteraard wil ik ook op hun profielen goed voor de dag komen.

- Staan er dingen op je profielen die je eigenlijk beter niet zichtbaar kunt hebben?
Ik probeer goed na te denken over de zaken die ik online publiceer. Onlangs heb ik foto's op mijn profielen verwijderd. De foto's waren in mijn ogen overbodig. Volgens mij heb ik nu alleen zaken online staan die zichtbaar mogen zijn. #durftevragen: heeft iemand nog overbodige of vreemde zaken op mijn profielen gesignaleerd?

- Waar wil je niet gezien worden?
Ik wil niet zomaar op de profielen van anderen zichtbaar zijn. Hierbij denk ik aan vriendinnen die geen charmante foto's van mij op hun profiel hebben staan. Sowieso is het een goed idee om via google te kijken waar ik precies allemaal te zien ben. Verder zit ik erover na te denken om niet meer zichtbaar te zijn op Hyves. In het kader van 'personal branding' is het belangrijk om profielen actief bij te houden. Aangezien ik niet actief ben is het beter om Hyves af te schaffen en meer energie te steken in mijn andere profielen.

Ik heb nu steeds meer overzicht over mijn profielen. Het gaat de goede kant op.
Tot volgende week!


Bronnen:
- H. van Driel (red.).(2005). Een veranderend medialandschap. In: Digitale Communicatie. Amsterdam: Boomonderwijs, p.p. 38 - 40.
- I. van Erkel & S. Levie. (2012). @DeStudentcoach. Social Media onmisbaar voor het succes van de student. Antwerpen: Het Spectrum.

Websites:
Klik in de tekst op de websitelinks om een kijkje op de sites te kunnen nemen.








woensdag 15 februari 2012

Seats2meet, Incubate & vervolg 'personal branding'

Terugblik college 4. Seats2meet en Incubate
Afgelopen college ging ik met mijn studiegenoten op pad om via twee gastsprekers kennis te maken met de organisaties waarvoor zij werkzaam zijn: Seats2meet (http://www.seats2meet.com/) en Incubate (http://incubate.org/). Seats2meet is een concept waarbij personen voorzien worden van een dynamische omgeving om (samen) te werken, elkaar te ontmoeten en kennis te delen. Het is volgens de site van Seats2meet een omgeving waar zij hun kennis, expertise, waarde en enthousiasme met andere personen kunnen delen. Denk aan flexibele werkplekken en flexibele vergaderzalen waar organisaties en zelfstandige professionals elkaar kunnen inspireren. Het gaat bij Seats2meet om het ontwikkelen van een community-gevoel waar mensen met elkaar werken en niet voor elkaar.
     Het concept van Seats2meet sluit naar mijn idee aan bij de aspecten van samenleving 3.0. Het is namelijk de bedoeling dat mensen met elkaar gaan samenwerken en hun expertise met elkaar delen. Ook de flexibiliteit en het inzetten van verschillende netwerken past in het kader van 3.0 principes. Mensen uit verschillende disciplines kunnen elkaar via Seats2meet ontmoeten en inspireren. Daarbij kunnen ze ook gebruik maken van allerlei virtuele netwerken.
     Persoonlijk spreekt het concept van Seats2meet mij aan. Door het ontmoeten van nieuwe mensen en het delen van kennis kunnen er hele goede ideeën ontstaan. Ik vind het een positief aspect dat je via een dergelijk concept niet als persoon of bedrijf vastroest, maar juist de mogelijkheid hebt om frisse inzichten op te doen. Een interessante dynamische werkplek.
     Hoewel ik vrij positief over het concept ben, vraag ik mij af of flexibele werkplekken voor iedereen gaan werken. Ik kan me voorstellen dat je snel afgeleid bent als er steeds nieuwe mensen in je omgeving komen. Daarnaast kan ik me voorstellen dat mensen op een gegeven moment groepjes gaan vormen en steeds bij elkaar in de buurt willen zitten. Dit kan het werk juist hinderen. Uiteraard is het aan de personen om zich goed te blijven focussen op hetgeen waarvoor ze naar Seats2meet zijn gekomen.
     Naast het concept van Seats2meet sprak de gastspreker Wiclef Poesiat over andere 3.0 concepten die ik erg interessant vind: 7 causes, Socialijs, Ratio Finder en 3d-printing. Google of zoek op een andere manier de concepten op en raak geïnspireerd!


Incubate is een festival dat jaarlijks in Tilburg plaatsvindt. Volgens de gastspreker Barry Spooren bestaat er een divers aanbod aan muziek, hedendaagse dans, film en beeldende kunst. Bij het organiseren van het festival ligt de focus op samenwerking. Het bijzondere is dat het publiek ook actief bij de organisatie betrokken is. Men kan via de site van Incubate ideeën delen met de medewerkers van het festival. Men kan bijvoorbeeld meeschrijven over de plannen en aangeven wat de voorkeuren zijn als het gaat om het boeken van artiesten. Naar mijn idee is het concept van Incubate erg 3.0! Iedereen kan input leveren en gedachten op transparante wijze met elkaar delen. Zelfs als het gaat om het betalen van kaartjes; prijzen worden niet opgelegd (top-bottom), maar het publiek mag zelf bepalen wat ze wil betalen. Ik vind het een interessant concept en ik kan me voorstellen dat het erg leuk is om actief mee te doen met de organisatie van het festival.
     Hoewel het naar mijn idee een mooi concept is, vraag ik me af hoe het gaat lopen met de nieuwe manier van betalen. Met het verkopen van kaarten met een standaardprijs weet je als organisatie waar je ongeveer op kunt rekenen. Het is niet te hopen, maar dadelijk betalen een hoop mensen niets en kan het festival niet verder ontwikkeld worden. Wie weet ben ik te pessimistisch? Goed, alweer veel geleerd over een nieuwe manier waarop een organisatie te werk gaat. Ook gastspreker Barry Spooren gaf informatie over andere 3.0 concepten: Wikinomics, Creative Commons en Get Satisfaction. Nogmaals; raak geïnspireerd!

Vervolg 'personal branding'
Het is mij opgevallen dat je bij het concept van Seats2meet en Incubate actief deel kunt nemen aan een (virtueel) netwerk. Binnen het netwerk presenteren mensen zich aan anderen en laten zij zien waar zij voor staan. In het kader van 'personal branding' raad ik deze mensen aan om zo goed mogelijk voor de dag te komen en daarbij zelf de regie te nemen in hun online profielen. De lijst uit het boek @DeStudentcoach (Erkel & Levie, 2012) zou hen kunnen helpen om hun online profielen goed in te richten. Aangezien ik, in het kader van 'Personal branding', in mijn virtuele netwerken ook goed voor de dag wil komen, zal ik deze week drie vragen uit de lijst aan mijzelf voorleggen:

- Welke beelden zijn er zichtbaar?
1. Facebook: profielfoto* en 33 persoonlijke foto's. (meer foto's dan verwacht)
2. LinkedIn: profielfoto*.
3. Yammer: profielfoto*.
4. Hyves: profielfoto* en 7 persoonlijke foto's. (onlangs veel foto's verwijderd)
5. Twitter: profielfoto*.
6. Blog: profielfoto.

* Mijn standaard profielfoto.

- Is het profiel actueel en volledig?
1. Facebook: actueel, maar niet volledig; alleen basisgegevens ingevuld (naam, afkomst, opleiding, relatie en woonplaats).
2. LinkedIn: actueel, maar niet volledig. Interesses en link naar andere profielen niet ingevuld.
3. Yammer: actueel en bijna volledig ingevuld. Ik zal mijn werkervaring volgende week invullen.
4. Hyves: actueel als het gaat om basisgegevens, maar de berichtgeving is oud. Verder heb ik niet alles in de profielopties ingevuld.
5. Twitter: actueel, maar niet volledig. Ik weet niet in hoeverre het volledig is omdat ik nog maar net met Twitter kennis heb gemaakt.
6. Blog: Actueel, maar nog niet volledig. Ik wil bijvoorbeeld de stijl (lettertype, beelden etc.) meer eigen maken.

- Gaat dit over jou privé of zakelijk of over alles?
1. Facebook: privé.
2. LinkedIn: zakelijk.
3. Yammer: voornamelijk zakelijk.
4. Hyves: privé.
5. Twitter: zowel zakelijk als privé.
6. Blog: zowel zakelijk als privé.

Volgende week wil ik onder andere meer vragen uit de lijst beantwoorden en (indien nodig) mijn profielen aanpassen.  #durftevragen: hebben jullie nog opmerkingen over mijn profielen?


Bronnen:
- I. van Erkel & S. Levie. (2012). @DeStudentcoach. Social Media onmisbaar voor het succes van de student. Antwerpen: Het Spectrum.
- Website Incubate: http://incubate.org/
- Website Seats2meet: http://www.seats2meet.com/






zaterdag 11 februari 2012

Multitasken en het merk IK!

Vaak staan verschillende toepassingen tegelijkertijd aan: een mailprogramma, een tekstverwerker, een programma waarmee je het internet op kunt en ondertussen speelt Thelonios Monk Misterioso. Je werkt actueel met een programma, maar je laat je regelmatig onderbreken door een van de andere toepassingen, zonder dat dit de werkzaamheden lijkt te schaden. (Driel, 2004. p. 34)

Het bovenstaande tekstfragment van Hans van Driel is voor mij zeer herkenbaar. Als regelmatige computergebruiker ben ik vaak aan het multitasken. Nu ik mij voor meerdere applicaties heb aangemeld, worden mijn multitaskvaardigheden nog meer op de proef gesteld. Op de computer open ik nu bijna dagelijks tegelijkertijd Twitter, Facebook, Hotmail, Dropbox, Blackboard, Google, Yammer, Word, Internetbankieren en Evernote. Bij het wisselen van de pagina's probeer ik informatie te selecteren wat voor mij relevant is. Een proces dat bij mij altijd meer tijd kost, dan dat ik vooraf had ingepland. #durftevragen: hoe kan ik efficienter multitasken?

   

In mijn vorige blog sprak ik over het vinden van de juiste balans bij het gebruik van social media. Het lijkt mij dan ook met de opkomst van de digitalisering en samenleving 3.0  meer dan logisch om beter te leren multitasken om zodoende beter met alle activiteiten om te kunnen gaan. Denk bijvoorbeeld aan alle samenwerkingsrelaties die in samenleving 3.0 een grotere rol zullen spelen. Naast het vinden van een juiste balans binnen het multitasken, kan ik ook niet aan een ander belangrijk thema voorbij gaan: het merk IK. Ik doel hierbij op het begrip 'personal branding'. Inge van Erkel en Simone Levie (2012) geven de onderstaande definitie van het begrip:
Personal branding is het jezelf als merk presenteren aan anderen, waarbij je positieve beelden en associaties oproept. Je gebruikt je persoonlijkheid, kennis en ervaring om je te onderscheiden van anderen. Je laat je werkgever en anderen zien wie je bent en waar je voor staat. (p. 87)

Waarom ik mij wil richten op het merk IK? Ik wil mij als student zo goed mogelijk op de toekomst voorbereiden. Het is daarbij van belang dat ik steeds beter weet wie ik ben, wat ik belangrijk vind, waar ik voor sta en wat ik het liefst wil bereiken. Ook is het goed om in kaart te brengen  wat ik te bieden heb en wat mijn kwaliteiten zijn. Ik wil mij via social media profileren. De komende weken zal het thema 'personal branding' de definitieve rode draad in mijn blogs vormen. Het gaat in het begin denk ik veel tijd kosten om mezelf te profileren via de social media, maar uiteindelijk hoop ik dat ik er veel profijt van heb. Ik zal de tips uit het boek @DeStudentcoach (Erkel & Levie, 2012) uitvoeren. #durftevragen: hebben jullie misschien ook weetjes voor mij als het gaat om profilering via social media?

Alvast bedankt!


Bronnen:
- H. van Driel (red). (2004). Beeldcultuur. Amsterdam: Boom.
- I. van Erkel & S. Levie. (2012). @DeStudentcoach. Social Media onmisbaar voor het succes van de student. Antwerpen: Het Spectrum.

maandag 6 februari 2012

Nu al minder weerstand en een positievere houding!

Terugblik college 1. Nieuwe accounts
Bij het aanmaken van nieuwe accounts voelde ik erg veel weerstand. Ik besef me dat ik weerstand had omdat ik bang was om alle controle te verliezen. Hier en daar netwerken, hier en daar privégegevens, hier en daar berichten ontvangen en alles bijhouden; het was even overdonderend.
     Op dit moment voel ik mij rustiger. De reactie van Marlies op mijn blog heeft ervoor gezorgd dat ik een positievere houding tegenover Social Media heb ingenomen. Virtuele netwerken en rl netwerken (het duurde even voordat ik de code irl had ontcijferd ;-) ) horen elkaar aan te vullen en daarin kan ik bepalen op welke wijze deze elkaar gaan aanvullen. Hoeveel je van je privégegevens wilt tonen heb je ook zelf in de hand.
     Ik had vorige keer al een nieuwe motto bedacht en nu heb ik er nog een: alle 'angsten' loslaten en zorgen dat ik de juiste balans kan vinden in mijn Social Media gebruik. Zelf bepalen hoe ik mijn virtuele wereld eruit gaat zien en zodoende weer een beetje controle krijgen + genieten van de voordelen die Social Media met zich meebrengen.


Terugblik college 2. Samenleving 3.0
Tijdens college 2 kregen we meer informatie over samenleving 1.0 en samenleving 3.0. In plaats van oplossingsgericht denken, gaan we meer over op het scenario denken. Geen eenrichtingsverkeer meer, maar input vanuit allerlei invalshoeken. Ik ben eigenlijk best positief over deze veranderingen. Als je meer input hebt, kun je allerlei zaken beter op elkaar afstemmen.     
     Via een voorbereidingsopdracht realiseerde ik mij dat samenleving 3.0 dichter bij huis is dan ik dacht. Op Edistorm had ik, voor college 2, twee 3.0 voorbeelden gezet: mijn dansgenoten en ik communiceren met elkaar via onze Facebookpagina. Samen met hen en mijn dansdocent geven we op Facebook aan hoe we de lessen willen inrichten. Ook posten wij allerlei dansfilmpjes en andere informatie die als inspiratiebronnen kunnen dienen. Ik geloof dat onze lessen al een beetje 3.0 zijn. Het is geen top-bottom meer, maar gezamelijk actie ondernemen.
     Oké, mijn blik is nu meer op 3.0 gericht, maar hoe gaat 3.0 voor anderen werken? Mijn vader heeft pas sinds een jaar leren smsen. Mijn moeder heeft geen idee wat twitter is! Alle veranderingen gaan nu sneller dan ooit. Misschien moet ik als toekomstige cultuurwetenschapper een cursus voor mijn ouders oprichten. Maar eerst moet ik er zelf nog veel over leren. Ik realiseer mij nu dan ook dat het vak Mediawijsheid echt een pré is! Ik denk dat ik online nog wat actiever moet worden om het in de vingers te krijgen, maar de opstartfase is in ieder geval een feit.


P.S: mijn moeder heeft zojuist aangegeven dat ze mijn blog nu ook wilt volgen!


Volgende keer: college 3.