Terugblik college 5. Leerstijlen
Voordat ik over de leerstijlen van David Kolb schrijf, zal ik wat informatie geven over de theorie van Howard Gardner (1943). Howard Gardner is een beroemde psycholoog van Harvard Universiteit en publiceerde in 1983 de theorie meervoudige intelligentie (MI). Klik op MI voor meer informatie en bekijk blz. 23 t/m 28. Gardner benoemt acht intelligenties: de verbale, de logische, de ruimtelijke, de muzische, de fysieke, de natuurgebonden, de persoonlijke en sociale intelligentie. Ieder mens is uniek en heeft zijn eigen profiel van onderling op elkaar inwerkende intelligenties. Het model van de MI maakt het mogelijk om met die verschillen om te gaan. Tegenwoordig wordt het model ook in het onderwijs toegepast. Nieuwsgierig? Op de volgende website (Quest) kun je een test doen dat gebaseerd is op de theorie van Gardner: http://www.quest.nl/braintainment/home/braintainment/doe-de-qq-test. Via de test kun je zien hoe je op de verschillende intelligenties scoort. Naast de theorie van Gardner bestaan er meerdere theorieën over leerstijlen. Gisteren hebben we het in het college over de vier leerstijlen van David Kolb gehad (www.thesis.nl): doener, bezinner, denker en beslisser. Volgens de leerstijlentest, die ik vorige week donderdag op de site van thesis heb gemaakt, pas ik binnen de leerstijl van de bezinner. Een bezinner bezit volgens de omschrijving van Kolb een groot voorstellingsvermogen en is vooral bezig met concrete ervaringen. Volgens de site van carrièretijger (www.carrieretijger.nl) kijkt de bezinner hoe anderen een probleem aanpakken en denkt eerst na voordat hij iets doet. Hij bekijkt een probleem vanuit verschillende standpunten en ziet allerlei oplossingen. Ik herken me in de voorgaande beschrijvingen. Met deze informatie kon ik tijdens het college aan de slag met een brainstormsessie.
Voordat ik over de leerstijlen van David Kolb schrijf, zal ik wat informatie geven over de theorie van Howard Gardner (1943). Howard Gardner is een beroemde psycholoog van Harvard Universiteit en publiceerde in 1983 de theorie meervoudige intelligentie (MI). Klik op MI voor meer informatie en bekijk blz. 23 t/m 28. Gardner benoemt acht intelligenties: de verbale, de logische, de ruimtelijke, de muzische, de fysieke, de natuurgebonden, de persoonlijke en sociale intelligentie. Ieder mens is uniek en heeft zijn eigen profiel van onderling op elkaar inwerkende intelligenties. Het model van de MI maakt het mogelijk om met die verschillen om te gaan. Tegenwoordig wordt het model ook in het onderwijs toegepast. Nieuwsgierig? Op de volgende website (Quest) kun je een test doen dat gebaseerd is op de theorie van Gardner: http://www.quest.nl/braintainment/home/braintainment/doe-de-qq-test. Via de test kun je zien hoe je op de verschillende intelligenties scoort. Naast de theorie van Gardner bestaan er meerdere theorieën over leerstijlen. Gisteren hebben we het in het college over de vier leerstijlen van David Kolb gehad (www.thesis.nl): doener, bezinner, denker en beslisser. Volgens de leerstijlentest, die ik vorige week donderdag op de site van thesis heb gemaakt, pas ik binnen de leerstijl van de bezinner. Een bezinner bezit volgens de omschrijving van Kolb een groot voorstellingsvermogen en is vooral bezig met concrete ervaringen. Volgens de site van carrièretijger (www.carrieretijger.nl) kijkt de bezinner hoe anderen een probleem aanpakken en denkt eerst na voordat hij iets doet. Hij bekijkt een probleem vanuit verschillende standpunten en ziet allerlei oplossingen. Ik herken me in de voorgaande beschrijvingen. Met deze informatie kon ik tijdens het college aan de slag met een brainstormsessie.
In een groepje hebben we gebrainstormd over een beter ontwerp voor het eerste college van de cursus Mediawijsheid. Op welke manier moet het college ingedeeld worden? Hadden we op een andere manier met nieuwe media kennis moeten maken? Enzovoorts. Opvallend waren de verschillende voorkeuren tussen de doeners, bezinners, denkers en de beslissers. De doener wilde bijvoorbeeld meteen met een buddy aan de slag, terwijl de bezinners eerst informatie wilden hebben om over na te kunnen denken. Hoe dan ook viel het mij op dat de meeste studiegenoten meer behoefte hadden aan duidelijkheid. Het was ons tijdens het eerste college niet helemaal duidelijk hoe alle nieuwe applicaties werken en wat precies de meerwaarde van de applicaties zijn. Ik denk dat het gebrek aan kennis en overtuiging voor veel weerstand heeft gezorgd. Het is naar mijn idee van belang om het eerste college voor Mediawijsheid voor volgend jaar te verbeteren zodat de adoptiesnelheid en acceptatieproces soepeler kan verlopen. Met de termen adoptiesnelheid en acceptatieproces doel ik op de theorie van Everett Rogers (1962) dat te vinden is in het werk van Hans van Driel Een veranderend medialandschap (Driel, 2005). Ik zal hieronder verder op de termen ingaan en deze verbinden met mijn bevindingen: ''De adoptiesnelheid heeft te maken met de snelheid waarmee een innovatie binnen een sociaal systeem verspreid raakt. Deze adoptiesnelheid heeft natuurlijk invloed op de uiteindelijke acceptatie van de innovatie'' (Driel, 2005, p.p. 38 - 40). Rogers geeft in zijn theorie aan dat het acceptatieproces volgens vijf fasen verloopt:1. Knowledge. Je moet eerst kennis hebben over het nieuwe medium.
2. Persuasion. Overtuiging van nut, het formeren van een positieve of negatieve attitude.
3. Decision. Het besluit het nieuwe medium wel of niet te adopteren.
4. Implementation. Het daadwerkelijk introduceren van het product of dienst.
5. Confirmation. Herziening of bevestiging van de eerder genomen beslissing.
De fase van 'Persuasion' is volgens Rogers het meest cruciaal. Bij het bestuderen van deze theorie is het voor mij duidelijk geworden dat de meeste studiegenoten tijdens college 1 te weinig kennis hadden van nieuwe media. Daarnaast waren de meesten niet overtuigd van de nieuwe media. Er ontstond een negatieve attitude waardoor het acceptatieproces in de groep traag is verlopen. Volgend jaar zou er bijvoorbeeld een brainstormsessie over nieuwe media kunnen worden gehouden om het acceptatieproces uiteindelijk te kunnen versnellen. Studenten kunnen via een dergelijke brainstormsessie kennis over de media vergaren. Daarnaast zullen zij meer inzicht krijgen in de bruikbaarheid van bijvoorbeeld Twitter, Skype etc.
Vervolg 'personal branding'
Het Sociaal en Cultureel Planbureau (Huysmans e.a., 2004) heeft een overzicht gepubliceerd van een kwart eeuw lezen, luisteren, kijken en internetten. Deze informatie is te vinden in Een veranderend medialandschap (Driel, 2005). De tijd die Nederlanders besteden aan verschillende media is sinds 1975 amper gewijzigd. Opvallend is dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden naar de digitale media. Er is meer aandacht voor internet. Je kunt je voorstellen dat de aandacht voor internet in de toekomst blijft groeien. Deze ontwikkeling geeft in mijn ogen aan dat 'personal branding' via het internet steeds belangrijker aan het worden is! Je wilt immers zichtbaar blijven!
![]() |
| Bezit van digitale media. Bron: SCP, 2004. |
Het is bij 'personal branding' via social media van belang om de regie in eigen handen te houden en om een actieve houding aan te nemen. Voor degene die extra informatie willen heb ik hier twee sites die gaan over social media en profilering: www.ikgastarten.nl en www.go2socialmedia.nl. Deze sites leggen een link tussen de profilering van organisaties en social media.
Aangezien ik voor mijzelf bezig ben met 'personal branding' zal ik nu verder gaan met mijn persoonlijke stappen. Vorige keer heb ik drie vragen beantwoord die gaan over mijn social media gebruik. Hieronder beantwoord ik nieuwe vragen die in het boek van @DeStudentcoach (Erkel & Levie, 2012) geformuleerd staan:
- Waar wil je gezien worden?
Ik wil op mijn blog, Facebook, LinkedIn, Yammer en Twitter gezien worden. Ook wil ik via mijn netwerk getoond worden. Uiteraard wil ik ook op hun profielen goed voor de dag komen.
- Staan er dingen op je profielen die je eigenlijk beter niet zichtbaar kunt hebben?
Ik probeer goed na te denken over de zaken die ik online publiceer. Onlangs heb ik foto's op mijn profielen verwijderd. De foto's waren in mijn ogen overbodig. Volgens mij heb ik nu alleen zaken online staan die zichtbaar mogen zijn. #durftevragen: heeft iemand nog overbodige of vreemde zaken op mijn profielen gesignaleerd?
- Waar wil je niet gezien worden?
Ik wil niet zomaar op de profielen van anderen zichtbaar zijn. Hierbij denk ik aan vriendinnen die geen charmante foto's van mij op hun profiel hebben staan. Sowieso is het een goed idee om via google te kijken waar ik precies allemaal te zien ben. Verder zit ik erover na te denken om niet meer zichtbaar te zijn op Hyves. In het kader van 'personal branding' is het belangrijk om profielen actief bij te houden. Aangezien ik niet actief ben is het beter om Hyves af te schaffen en meer energie te steken in mijn andere profielen.
Ik heb nu steeds meer overzicht over mijn profielen. Het gaat de goede kant op.
Tot volgende week!
Bronnen:
- H. van Driel (red.).(2005). Een veranderend medialandschap. In: Digitale Communicatie. Amsterdam: Boomonderwijs, p.p. 38 - 40.
- I. van Erkel & S. Levie. (2012). @DeStudentcoach. Social Media onmisbaar voor het succes van de student. Antwerpen: Het Spectrum.
Websites:
Klik in de tekst op de websitelinks om een kijkje op de sites te kunnen nemen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten